Selecteer een pagina

De bodem is de basis van je tuin, teelt, oogst, zelfs de grond onder je bestaan – dat wist je al lang. Maar we weten vaak weinig van de grond. Je kunt wel onderzoeken: gaten boren, profielkuil graven, monsters nemen voor een chemische analyse, proefjes doen… Superleuk, maar bewerkelijk. Voor je in het veld aan de slag gaat, kun je vanaf je beeldscherm informatie verzamelen. Droog, uit de wind, en zonder vieze vingers…

Bodemkaart 1:50.000

Want: Nederland heeft een prachtige bodemkaart. 1:50.000 (1 cm op de kaart is 500 m in werkelijkheid), digitaal beschikbaar. Je moet er echt even voor gaan zitten – het kan best een tijdje puzzelen zijn voor je de info boven water hebt. Maar het is de moeite waard. Ik vertel er over in twee artikelen. Hier beschrijf ik hoe je de grondsoort vindt van een locatie, en hoe je bij de achtergrondinfo daarover komt. In een tweede artikel schrijf ik meer over de bodeminformatie.

Wat staat er op de kaart?

Om te beginnen: helaas staat de bodem van bebouwde zones (dorpen en steden) er niet op. Alleen landelijk gebied. Daarvoor zie je de grondsoort, de geschiktheid voor bv akkerbouw, grasland, bosbouw of bloembollenteelt. Eigenschappen als gemiddelde hoogste en laagste grondwaterstand, doorvertaald in de ‘grondwatertrap’. Kalkgehalte. Bodemstructuur.  Ontstaansgeschiedenis en aandachtspunten bij het gebruik van de grond.

Hoe werkt het?

Data-minen op de bodemkaart doe je op je computer, groot beeldscherm. Ga naar: bodemdata.nl, en kies in het menu (rechtsboven) ‘basiskaarten’. Dan kom je bij onderstaande kaart. De bodemkaart komt gelijk in beeld, half doorzichtig, zodat je de wegen, kanalen en andere topografie er onder ook nog kunt zien – reuze handig.

Nu kun je gaan inzoomen naar de plek die je wilt onderzoeken. Dat werkt hetzelfde als bij Google maps: je kunt met de puls en min werken, met de muis de kaart verschuiven, en met het muiswieltje in- en uitzoomen. Als voorbeeld: de grond van Schooltuinen de Akkerdistel, aan de rand van Leiden (bij het zwarte kringetje).

Dan zoom je in tot je het gewenste perceel goed in beeld hebt. De doorzichtigheid van de bodemkaart is te regelen met het schuifje links op de kaart: als je het groene bolletje naar rechts schuift, met de muis, wordt de bodemkaart doorzichtiger, en kun je aan de hand van wegen, sloten en bebouwing goed checken of je de juiste locatie gevonden hebt.

Als je nu op het perceel klikt, komt er informatie over de grondsoort in beeld. Daar gaat het om. Schrijf die info op. In dit geval: ‘pMn86C. Kalkarme leek-/woudeerdgronden; klei; profielverloop 3; of 3 en 4 of 4’. Daarmee kan ik meer informatie over deze grondsoort opzoeken.

Om verder te komen heb je ook nog de grondwatertrap nodig. Voor elke plek op de bodemkaart is er een grondwatertrap bepaald, in Romeinse cijfers: I t/m VII. I is erg nat, VII erg droog. Om de grondwater trap te vinden ga je op de website links op het scherm naar: grondwater. Alleen: op het moment dat ik dit blog aan het updaten ben (28/2/2022), werkt dit nog niet. Ik vermoed dat het de komende weken opgelost wordt.

In het uitklapmenuutje vink je grondwatertrappen aan. Dan klik je je locatie op de kaart weer aan. De grondwatertrap die je dan vindt, ze je achter de code van de grondsoort. Het wordt in mijn voorbeeld: ‘pMn86CIII’. Die code kun je opzoeken in de Toelichting op de bodemkaart:

De toelichting en de uitleg

Voor de grondsoortinformatie zijn er twee documenten: een toelichting per kaartblad van de bodemkaart 1:50.000, en een algemeen uitlegboekje. De toelichting vind je door in het menu bovenaan het scherm ‘documentatie’ aan te klikken. Scroll naar ‘Toelichtingsboekjes 1960-1990’. Dan komende de kaartbladen van Nederland in beeld. Zoek het kaartblad op waar het perceel in ligt. In dit geval: 30W30O. Als je op het tegeltje van het gewenste kaartblad klikt, wordt de toelichting in een nieuw scherm geopend.

Dat is, in dit voorbeeld:

Markus, W.C. & C. van Wallenburg, 1982. Bodemkaart van Nederland 1 : 50 000. Toelichting bij de kaartbladen 30 West ‘s-Gravenhage en 30 Oost. Wageningen, Stichting voor Bodemkartering.

Ook kan ik ‘uitleg legenda’ aanklikken (zie plaatje hierboven). (klik hier als dat niet werkt). Dan wordt geopend:

Steur, G.G.L. en W. Heijink, 1991. Bodemkaart van Nederland, schaal 1 : 50 000. Algemene begrippen en indelingen. Wageningen, Staring Centrum.

Nu heb je alle informatie om door te pluizen.

Ben je er nog? Gefeliciteerd! Dan kun je nu de informatie over je grondsoort verzamelen.

Aan de slag met de bodeminfo

Ik begin altijd met de Toelichting. Zolang dat document duidelijk is, heb je de ‘Algemene begrippen en indelingen’ niet nodig. De Toelichting lijkt misschien nogal uitgebreid, maar het is echt een goudmijntje als je meer wilt weten over bodemeigenschappen en het ontstaan van de grond. Het begint met de geologie van het gebied op het kaartblad, de gebruiksgeschiedenis en de bodemgeografie. Dan worden de grondsoorten besproken, elke code komt aan bod. Daarbij is aan het eind nog een romeins cijfer toegevoegd. Dat staat voor de grondwatertrap: een maat voor de diepte van grondwater in zomer en winter. Helaas is die nu niet op de bodemkaart opgenomen. Er is wel achter te komen, maar dat is wat extra gedoe.

Er volgt een hoofdstuk over grondwatertrap en één over bodemgeschiktheid – met fijne data in de aanhangsels. Goed lezen en alles bij elkaar zoeken – ik ga er in een volgend artikel dieper op in.

Wat heeft het me opgeleverd?

De bovengrond bij Schooltuinen De Akkerdistel bestaat uit kalkloze lichte zeeklei. Daaronder, vanaf 25 cm diep, is er zware klei. De bovengrond heeft rond 10-18 % organische stof. De grond is zwak zuur, pH-KCl tussen 4,5 en 6,5. In het hele profiel komen roestvlekken voor, wat wijst op wisselend droge en natte omstandigheden. De gemiddelde hoogste grondwaterstand (eind vd winter) ligt tussen 10 en 40 cm diepte, de gemiddelde laagste tussen 90 en 120 cm. Daarmee is het perceel vrij ondiep ontwaterd.

Het vochtleverend vermogen is zeer groot. De bewortelbare diepte is 50 tot 70 cm. Vanaf ongeveer 25 cm vind je prismatische of blokkige structuur, voor de bovengrond wordt geen structuur gegeven – is afhankelijk van het gebruik. De bovengrond is matig gevoelig voor insporing of vertrapping. De verkruimelbaarheid is ‘medium’. De structuurstabiliteit is goed, de voedingstoestand zeer hoog. Voor akkerbouw is er een groot teeltrisico vanwege beperkte berijdbaarheid en bewerkbaarheid. Ook voor grasland is berijdbaarheid en vertrapping een aandachtspunt, maar positief is de hoge productie. Een vergelijkbare grondsoort met dieper grondwater is een stuk beter geschiktheid voor akkerbouw en grasland – dus als daar wat aan te doen is, heb je meer mogelijkheden.

Kort samengevat: een vruchtbare kleigrond, aan de natte kant, waardoor je voorzichtig moet zijn met berijden en bewerken. Dat beperkt de mogelijkheden. Maak je er een moestuin van: een prima oogst kan, maar in een natte winter staan je peentjes in het grondwater. Zorg voor betere ontwatering.

Maar eerst nog het veldonderzoek. Er is altijd variatie, soms verandering, en ter plekke leer je je grond pas echt kennen.

Verantwoording, etc.

Beeldmateriaal is afkomstig van www.bodemdata.nl, overgenomen met toestemming van Wageningen Environmental Research. Dank aan Dorothee van Tol-Leenders.

Waarom Schooltuinen De Akkerdistel? Daar composteer en experimenteer ik. En ik gebruik het leslokaal bij workshops en cursussen. Een prachtige plek.

Voor de Vlamingen:  via de Databank Ondergrond Vlaanderen kun je de bodemkaart vinden. Ook zeer chic.

Tips en artikelen ontvangen?

Tips en artikelen ontvangen?

Ontvang blog en aankondigingen in je mailbox

Bedankt voor je aanmelding!